In onderdeel 4.3 van de dVi licht u de interne lening en startlening toe. Het gaat hier om de leningen die op basis van het definitieve scheidingsvoorstel tot stand zijn gekomen en eventueel, na een goedkeuring door de Aw, verhoogd zijn middels een storting en/of APT (activa/passiva-transactie). Afhankelijk van het regime lopen de leningen van DAEB TI naar Niet-DAEB TI (interne lening) en/of van DAEB TI of Niet-DAEB TI naar de Geconsolideerde niet-DAEB verbindingen (startlening).
U geeft per leningsoort (interne lening of startlening) de resterende looptijd van de interne lening in jaren op en het rentepercentage. Indien van toepassing bepaalt u per leningsoort beginstand, (eventuele) storting en aflossing. Dit resulteert in een eindstand van de interne lening respectievelijk startlening. Een storting ten aanzien van de interne lening zal nagenoeg niet voorkomen. Alleen als uw corporatie conform artikel 13a van de BTIV de interne lening heeft verhoogd nadat een verzoek daartoe door de Aw is goedgekeurd, moet u hier een bedrag invullen.
Let op!
De opgenomen bedragen (rente en aflossing) in het aflossingsschema interne lening / startlening moeten minimaal gelijk zijn aan de bedragen zoals opgenomen bij de verantwoording in het kasstroomoverzicht (3.3).