In hoofdstuk 3.4 wordt gevraagd naar de ‘Deel betalingen aan werknemers en overige kasstromen dat betrekking heeft op onderhoud’. U dient hier geen onderhoudsuitgaven op te geven die u reeds eerder opgaf in de voorgaande hoofdstukken.”. Wel dient u hier de indirecte toerekenbare operationele uitgaven die betrekking hebben op onderhoud op te nemen. Ten opzichte van de dPi 2018 zijn de toerekeningen van personeelsuitgaven (deel betalingen aan werknemers) en overige kasstromen aan onderhoud samengevoegd op één regel. Deze werkwijze geldt tevens voor de toerekening aan leefbaarheid.