Deze dienen te worden opgenomen op basis van de feitelijke realisatie. Bijvoorbeeld: als een woning in de periode 1-1-2018 t/m 1-5-2018 als een DAEB-woning is verhuurd en daarna per 2-5-2018 als Niet-DAEB-woning wordt verhuurd dienen de inkomsten t/m 1-5-2018 als DAEB-huurinkomsten en daarna als Niet-DAEB-huurinkomsten te worden verantwoord.